De Gezonde Generatie: het jonge kind van 2 tot 9 jaar

‘Het jonge kind van 2 tot 9 jaar’ was de titel van de tweede refereerbijeenkomst in een reeks van vier over het thema de Gezonde Generatie. Een actueel thema dat duidelijk leeft in Zuid-Limburg; voor de bijeenkomst van 14 maart in het Novotel in Maastricht was de belangstelling meer dan groot. “Werken aan een gezonde generatie, dat is de insteek van deze bijeenkomsten. Vorige keer zijn we ingegaan op de eerste 1000 dagen. Vandaag gaan we verder met kinderen van 2 tot 9 jaar”, vertelde programmaleider Maria Jansen van de academische werkplaats.

Met deze reeks refereerbijeenkomsten wil de academische werkplaats/GGD Zuid Limburg laten zien wat er al gebeurt om kinderen gezond en veilig te laten opgroeien en daarnaast deze ontwikkelingen stimuleren. Een goed voorbeeld vormt Home-Start in Maastricht. Ervaren en getrainde vrijwilligers van Home-Start bieden opvoed- en gezinsondersteuning bij alledaagse, lichte opvoedvragen. “Daarbij kijken wij eerst naar de mens, dan pas naar de regel”, vertelde coördinator Mariëlla Bakker. Home-Start in Maastricht bestaat sinds 1993 en wordt binnenkort uitgebreid naar een aantal gemeenten in het Heuvelland. Het is een effectief bewezen programma dat wereldwijd wordt ingezet. “Wij willen voorkomen dat alledaagse problemen uitgroeien tot ernstige of langdurige problemen. Zo voorkomen wij vaak de inzet van professionele hulpverlening. Dat doen wij goed en goedkoop; eigenlijk is dat best een prijsje waard.” Onderzoek laat bovendien zien dat de resultaten die vrijwilligers boeken blijvend zijn; ook verderop in de tijd gaat het doorgaans goed met de gezinnen die zij bezocht hebben. De vrijwilligers gaan vraaggericht te werk, zetten in op eigen kracht van mensen en stellen zich gelijkwaardig op. Ze blijven gemiddeld een jaar tot anderhalf jaar in een gezin; elke week komen ze een dagdeel.

Vrijwilligers in de praktijk
Twee vrijwilligers van Home-Start vertelden tijdens de bijeenkomst waarom ze dit werk doen en wat het hen oplevert. “De kindertijd is heel belangrijk, want die bepaalt je toekomst. Ieder kind verdient aandacht en warmte. Ik wil mijn levenservaring graag inzetten en die liefde en warmte geven. En je krijgt dat ook terug. Bovendien heb ik veel plezier in het contact met andere vrijwilligers”, zei een van hen. De tweede vrijwilliger vertelde hoe belangrijk het is om naar gezinnen te luisteren en met hen mee te denken. “Zo heb ik de afgelopen jaren veel culturen leren kennen en daarmee veel manieren van leven en opvoeden. Soms klikt het snel met een gezin, een andere keer duurt het langer. Maar in al die jaren heb ik nooit meegemaakt dat het niet lukte.” Vertrouwen vormt de sleutel van het succes, denken beide vrijwilligers. Dat neemt niet weg dat vrijwilligers de coördinator informeren als dat nodig blijkt, bijvoorbeeld bij huiselijk geweld. De coördinator beslist dan wat er moet gebeuren en hanteert de protocollen die daarvoor bestaan. “Maar in de meeste gevallen gaat het om gezinnen die tijdelijk de regie zijn kwijtgeraakt. Wij helpen hen om weer zelf de regie te nemen”, zei Mariëlla Bakker.

Fitte peuters
Vervolgens kwamen Ilona van de Kolk en Nina Bartelink van de Universiteit Maastricht aan het woord. Zij doen promotieonderzoek dat mogelijk bijdraagt aan het gezond opgroeien van (jonge) kinderen. SuperFIT heet het onderzoek dat Ilona van de Kolk uitvoert met kinderopvang organisaties in de gemeente Sittard-Geleen. De kernvraag luidt: hoe kun je bevorderen dat peuters gezonder gaan eten en meer gaan bewegen en hoe kun je hun ouders hierin meenemen? Zeker nu het risico op obesitas bij jonge kinderen toeneemt, is het belangrijk om al vroeg te beginnen met het ontwikkelen van een gezonde leefstijl. Aan het onderzoek werkten een aantal peuterspeelzalen in Sittard-Geleen mee: zij zetten nieuwe materialen en activiteiten in gericht op zowel gezonde voeding als beweging. De pedagogisch medewerkers werden hierin gecoacht. Daarnaast werden er bijeenkomsten georganiseerd voor ouders en voor ouders en peuters samen. Om te meten of dit alles effect heeft, werd de BMI van de peuters in de loop van de tijd verschillende keren gemeten. Ook werd hun gedrag in kaart gebracht, onder andere met beweegmeters en rapportages. Tegelijkertijd werden in peuterspeelzalen in een controleregio waar niets was veranderd, dezelfde metingen verricht. Ilona van der Kolk vertelde dat de voorlopige resultaten gunstig lijken: het risico op het ontwikkelen van obesitas bij peuters van de deelnemende peuterspeelzalen neemt af. Ook eten de peuters gezonder en drinken ze geen limonade meer in de peuteropvang. Bedoeling is nu om SuperFIT verder te ontwikkelen en te onderzoeken hoe nog meer ouders bereikt kunnen worden.

Gezonde Basisschool van de Toekomst
Het verhaal van Nina Bartelink ging over de Gezonde Basisschool van de Toekomst van onderwijsstichting Movare in Parkstad. Vier basisscholen van Movare startten in november 2015 met een programma om gezondheid en welzijn te integreren. Zo hebben de vier scholen beweegactiviteiten in de (uitgebreide) lunchpauze die worden geleid door pedagogisch medewerkers van de kinderopvang. Daarnaast wordt op twee scholen in de middagpauze een gezonde lunch uitgeserveerd. Ook dit programma is gekoppeld aan wetenschappelijk onderzoek, onder andere naar het effect op de leerprestaties, juridische aspecten en de kosten. Zelf doet Nina Bartelink onderzoek naar het verloop van het proces en de effecten op de gezondheid van de leerlingen. Dit gebeurt met behulp van beweegmeters en jaarlijks wordt het gewicht en de lengte van deelnemende leerlingen gemeten. Verder worden vragenlijsten afgenomen. Dit gebeurt ook op vier controlescholen in de regio, waar niets veranderde. “Wat we na twee jaar zien, is dat de BMI van leerlingen van de deelnemende scholen daalt, waar de BMI van leerlingen op controlescholen in dezelfde tijd stijgt”, vertelde Nina Bartelink. Op scholen met een gezonde lunch, gingen de kinderen bovendien gezonder eten en veel vaker water drinken. “Het onderzoek laat zien dat de combinatie van bewegen en gezonde voeding duidelijk meerwaarde heeft. Het leidt op deze scholen tot een omslagpunt: er wordt hiermee ruimte gecreëerd voor meer gezondheidsbevorderende activiteiten.” Bijkomend voordeel is dat het pestgedrag op de deelnemende scholen afneemt. “Kinderen worden vitaler en socialer”, vatte Maria Jansen het bondig samen.

Taalontwikkelingsachterstand
Als laatste sprekers traden Linda Berben en Joyce Rompelberg van landelijk expertisecentrum Koninklijke Kentalis aan. Dit centrum is onder andere thuis in de wereld van mensen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Ongeveer vijf tot zeven procent van de Nederlanders heeft een TOS. En in Zuid-Limburg ligt dit cijfer nog hoger dan het landelijk gemiddelde. Het is een stoornis die in veel gevallen al op jonge leeftijd is vast te stellen. Maar, zo vertelde Joyce Rompelberg, dat gebeurt helaas in meer dan de helft van de gevallen niet. Terwijl zo’n tijdige diagnose doorgaans veel problemen (op latere leeftijd) kan voorkomen. “Op het consultatiebureau wordt bij 2-jarigen met een taalachterstand vaak gedacht: het komt wel goed. En in veertig procent van de gevallen is dat ook zo. Maar zestig procent heeft hulp nodig.” Volgens Linda Berben en Joyce Rompelberg zijn er een aantal alarmsignalen die kunnen duiden op een TOS. Dat kan al beginnen in de zwangerschap, bijvoorbeeld vanwege bepaalde medicatie die de moeder slikt. Maar ook een zuurstoftekort bij de geboorte kan een signaal zijn. Verder is het belangrijk om de ontwikkeling van de zintuigen goed te volgen, evenals de motorische ontwikkeling, zoals de aansturing van het mondgebied. Ook medische problemen, bijvoorbeeld een gehoorontsteking, kunnen belangrijk zijn. Daarnaast hebben kinderen met een TOS regelmatig sociaal emotionele problemen; ze zijn snel boos of verdrietig, of juist heel teruggetrokken en stil. Ook cognitief zijn er regelmatig problemen: zich moeilijk kunnen concentreren bijvoorbeeld. Elke leeftijd kent zijn specifieke signalen, stelt het expertisecentrum. De boodschap voor professionals: heb er oog voor, ook voor de zorgen van ouders, en verwijs kinderen als dat nodig lijkt. Soms is begeleiding door een logopedist voldoende, een andere keer is een behandeling in een expertisecentrum noodzakelijk. Voor Zuid-Limburg is dat Adelante. Kortom: sluit het uit, of onderneem actie!

Discussie
Rianne Reijs, onder andere jeugdarts bij Envida, moedigde de aanwezigen daarop aan de sprekers staand een hulde te geven en te applaudisseren. Want zo lang zitten, hield ze de zaal voor, is voor niemand goed. Vervolgens leidde ze de discussie naar aanleiding van vragen uit de zaal over de verhalen van de sprekers. Zodoende ging die discussie het ene moment over de taalachterstand bij kinderen van vluchtelingen en het andere moment over de rol van ouders in de Gezonde Basisschool van de Toekomst. En daarmee kwam een einde aan het officiële gedeelte van de bijeenkomst, al werd de discussie tijdens het informele drankje nog levendig voortgezet.

Op 27 juni en 7 november 2019 zijn de volgende bijeenkomsten in deze serie.

Hier vindt u alle presentaties.